Wat zegt de islam over dierenwelzijn?
Dierenwelzijn is geen modern concept. Lang voordat het onderwerp maatschappelijk aandacht kreeg, legde de islam al richtlijnen vast over hoe we met dieren moeten omgaan. Dieren zijn schepselen van Allah die hun eigen rechten hebben. Ze aanbidden Hem, vormen gemeenschappen en verdienen zorg en rechtvaardigheid, zelfs wanneer ze voor consumptie worden gehouden. De Qur’an, de Hadith en de uitspraken van klassieke geleerden laten daar geen twijfel over bestaan.
Allah, de Verhevene, zegt in de Quran:
‘Er is geen schepsel (dat zich voortbeweegt) op aarde, noch een vogel die met zijn beide vleugels vliegt, of zij vormen gemeenschappen zoals jullie.’ (Quran 6:38)
Imam Al-Qurtubi gaf commentaar op dit vers:
‘Zij zijn groepen zoals jullie, omdat Allah, de Verhevene, hen heeft geschapen, hen onderhoudt en rechtvaardigheid onder hen tot stand brengt. Daarom mogen jullie hen geen onrecht aandoen of de grenzen overschrijden die jullie zijn opgelegd.’ (al-Jāmi’ li-Aḥkām al-Qur’ān)
Allah, de Verhevene, zegt in de Quran:
’Heb jij niet gezien dat (al) datgene in de hemelen en op de aarde Allah verheerlijkt en (ook) de vogels die in rijen zijn opgesteld? Voorzeker, Hij is op de hoogte van het gebed en de verheerlijking van iedereen. En Allah is op de hoogte van dat wat zij doen.’ (Quran 24:41)
En in een ander vers:
‘Heb je niet gezien dat alles in de hemelen en op aarde zich aan Allah onderwerpt in aanbidding: de zon, de maan, de sterren, de bergen, de bomen en de dieren? Zo ook velen onder de mensen, hoewel velen onder hen de straf terecht verdienen...’ (Quran 22:18)
Deze verzen geven aan dat ook dieren zich bewust zijn van Allah en Hem aanbidden, ook al kunnen wij hun gebed niet begrijpen.
Op de Dag des Oordeels zal Allah de rechten van elk schepsel herstellen, inclusief die van de dieren. Als we in deze wereld de rechten van een dier hebben geschonden, zal Allah in het Hiernamaals vergelding nemen namens hen.
Abu Hurayra heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
'Op de Dag der Opstandinge zullen de rechten van iedereen worden hersteld totdat rechtvaardigheid tot stand is gekomen, zelfs tussen het hoornloze schaap en het gehoornde schaap.’ (Sahih Muslim)
Het is duidelijk dat dieren meer zijn dan alleen hulpmiddelen voor de mens. Het zijn schepselen met een eigen leven en doel, en ze zijn zich bewust van hun Schepper en onderwerpen zich aan Hem.
Abdullah ibn Umar heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
Als iemand zelfs maar een mus of iets groters doodt zonder rechtvaardige reden, dan zal Allah, de Verhevene, hem daarover ter verantwoording roepen op de Dag des Oordeels. (Sunan Nasa’i)
Abdullah ibn Ja'far verhaalde:
De Profeet ﷺ betrad een tuin van de Ansar. Toen een kameel de Profeet zag, begon ze te huilen en geluiden te maken terwijl de tranen over haar gezicht stroomden. De Profeet ging naar de kameel toe, streelde haar over haar hoofd, en toen werd ze stil. De Profeet zei: "Wie is de eigenaar van deze kameel? Van wie is deze kameel?" Een jonge man van de Ansar kwam en zei: "Deze is van mij, O Boodschapper van Allah." De Profeet zei: "Vrees jij Allah niet met betrekking tot dit dier dat Allah in jouw bezit heeft gegeven? Waarlijk, ze heeft bij mij geklaagd dat jij haar hongerig houdt en haar uitput." (Abi Dawud)
De profeet Mohammed ﷺ gaf om dieren. Hij prees degenen die vriendelijk waren tegenover hen, vervloekte degenen die dieren mishandelden en waarschuwde hen voor een bestraffing van Allah.
Abdullah ibn Umar heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
‘Een vrouw werd gestraft en naar de Hel gestuurd vanwege een kat die ze had opgesloten tot ze stierf van de honger. Allah zei (tegen de vrouw): ‘Je hebt haar geen eten of drinken gegeven toen je haar had opgesloten, noch had je haar vrijgelaten zodat ze de insecten van de aarde zou kunnen eten.’’ (Sahih Bukhari)
Abu Hurayra heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
‘’Terwijl een man aan het wandelen was, kreeg hij intense dorst. Hij vond een put, daalde naar beneden af en dronk ervan. Toe hij eruit kwam, zag hij een hond hijgen en in de aarde bijten, vanwege zijn dorst. De man zei: ‘’Deze hond lijdt aan dorst, zoals ik er ook last van had.’’ Hij daalde af naar de put, vulde zijn schoen met water en pakte die vervolgens met zijn mond vast totdat hij omhoogklom en de hond liet drinken. Allah waardeerde deze daad van hem en vergaf hem.’
Toen (de metgezellen om de profeet ﷺ heen) zeiden: ‘Boodschapper van Allah, is er voor ons zelfs een beloning voor het dienen van dergelijke dieren?’ Zei hij: ‘Ja, er is een beloning voor de dienst aan elk levend dier.’’ (Sahih Muslim)
Allah beloont goede daden, zelfs al is het tegenover dieren en andere schepselen.
Er is overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
‘Een goede daad tegenover een dier, is even waardevol als een goede daad tegenover een mens, terwijl een daad van wreedheid tegenover een dier net zo slecht is als een daad van wreedheid tegenover een mens.’ (Mishkat al-Masabih)
Anas ibn Malik heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
‘Er is geen moslim die een boom plant of zaden zaait waarna er vervolgens een vogel, een persoon of een dier van eet, behalve dat het wordt beschouwd als een liefdadigheid voor hem.’ (Sahih Bukhari)
Abdullah ibn Mas’ud heeft overgeleverd:
‘We waren tijdens een reis met de Boodschapper van Allah ﷺ. Toen hij zich om privéredenen afzonderde, zagen we een roodstaartje met twee jongen, waarbij we zijn jongen gevangengenomen hadden. Daarop kwam de vogel en spreidde zijn vleugels uit. De boodschapper van Allah ﷺ kwam en zei: ‘Wie heeft deze vogel verdriet aangedaan door zijn kindjes af te pakken? Breng haar jongen terug.’’ (Abu Dawud)
Zelfs het kwellen van dieren zonder rechtvaardige reden is een schending van hun rechten. Niet alleen lopende of vliegende dieren, maar ook insecten moeten met rust worden gelaten zolang ze niemand kwaad doen.
Abu Hurayra heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
‘Er was eens een profeet die onder een boom aan het rusten was toen een mier hem beet. Hij beval dat zijn spullen werden weggehaald en het nest van de mier met vuur werd verbrand. Allah openbaarde aan hem: ’Eén enkele mier heeft jou gebeten, maar jij hebt een hele natie vernietigd die Allah verheerlijkt?’’ (Sahih Bukhari)
Abdullah ibn Amr heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
‘De Meest Barmhartige is barmhartig met degenen die barmhartig zijn. Wees barmhartig ten opzichte van datgene dat op aarde is en degenen die zich in de hemel bevinden zullen barmhartig zijn met jullie.’ (Attirmidhi; Abu Dawud)
Er zijn momenten waarop een dier geslacht moet worden voor zijn vlees. Het is toegestaan om dit te doen, maar zelfs in deze situatie mogen we dierenwelzijn niet uit het oog verliezen. We moeten ervoor zorgen dat ze op een manier worden geslacht die zo min mogelijk pijn of leed veroorzaakt, zodat hun vlees niet wordt vervuild door zonde.
Shaddid b. Aus heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei:
‘Allah heeft barmartigheid en perfectie in alles voorgeschreven. Als er (een dier) gedood moet worden, doe het dan op de beste manier. En wanneer je slacht, slacht dan op de beste manier: slijp het mes en stel het dier gerust.’ (Sahih Muslim)
De klassieke geleerden namen vaak de rechten van dieren op in hun boeken over wetgeving en ethiek, gericht aan boeren en verzorgers hoe ze wel en niet moeten omgaan met dieren.
‘Izz ud-Deen ibn Abdi Salaam (1182-1261 CE) schreef:
‘De rechten van schepselen en dieren ten opzichte van de mensheid zijn de volgende: dat hij voor hen de zorg geeft die ze nodig hebben, zelfs als ze oud of ziek zijn geworden en er geen voordeel meer van hen komt; dat hij hen niet belast met meer dan ze kunnen dragen; dat hij hen niet samenbrengt met een ander schepsel dat hen kan verwonden, of het nu van hun eigen soort of van andere soorten is, of het nu gaat om het breken van hun botten, stoten of verwonden; dat hij hen met zachtheid slacht en hun huiden niet afpelt of hun botten breekt voordat hun lichamen koud zijn geworden en zijn overleden; dat hij hun jongen niet slacht terwijl zij dit zien, maar dat hij dit in afzondering doet; dat hij hun rust- en drinkplaatsen comfortabel maakt; dat hij de mannelijke en vrouwelijke dieren samenbrengt tijdens hun paarseizoenen; en dat hij niet weggooit wat hij heeft gevangen.’ (Qawa'id al-Ahkam di Islah al-Anam 1/167)
De islam leert ons om bewust en voorzichtig te zijn in onze omgang met dieren en alle andere levende wezens op aarde. Boven ons hoofd hangt een grote beloning voor het vriendelijk behandelen van hen en een grote bestraffing voor het schenden van hun rechten.
Als moslims mogen wij vlees consumeren, dit is een barmhartigheid van Allah, maar dit komt ook met verantwoordelijkheden. Bij het kopen en consumeren van vlees en andere dierlijke producten dragen wij een gedeelde verantwoordelijkheid van hoe dat product tot stand is gekomen. Het is belangrijk dat onze keuzes een reflectie zijn van onze kennis, zodat we consumeren wat toegestaan, puur en diervriendelijk geproduceerd is.
